Op onze camping waarderen wij over het algemeen de serene rust die er heerst. Lekker lui voor je kampeermiddel genieten van de rust, de zon, het gekwetter der vogelen om je heen. Boekje lezen, goegeltje bezoeken, af en toe in de grond wroeten, wandelingetje maken, terrasje pikken, je vermaken met een praatje pot, konijntjes observeren (weliswaar met enige ergernis). Kortom gewoon lekker relaxt zijn. Af en toe hikt het tegen het zen aan. Maar dat geldt echt niet voor iedereen. Mijn eega kan zeker die rust koesteren. Leest een boekje en weet vooral de kleur en geur rondom en op ons kampeerplekje goed in stand te houden. Echter laat zij haar rust nogal eens verstoren door de eerder genoemde kwetteraars. Een spontaan opvliegend meesje, kan bij haar al een kleine schrikreactie teweeg brengen. Meestal gevolgd door een kreetje. Ik vraag me nogal eens af hoe die reactie zou zijn, als opeens (hypothetisch natuurlijk) er een vliegende deur vanaf ons pindasilootje zou wegvliegen. Op de eerste plaats zou het silootje het formaat oliedrum moeten hebben en ten tweede houden vliegende deuren helemaal niet van pinda’s. Vliegende deuren zijn nogal fors uitgevallen vogeltjes: de zeearend. Ze zijn er al weer wel in redelijke getale in ons landje: in 2020 al 20 broedparen, o.a. in de Oostvaardersplassen en in de Biesbosch. Maar gelukkig of misschien wel heel jammer, was van dit prachtige schepsel geen sprake op ons plekje. Ik kwam afgelopen zaterdag terug van mijn fotosafari, ter gelegenheid van de hobby-dag, toen ik een hevig ontdane echtgenote aantrof bij onze caravan. Er was iets voorgevallen waardoor haar hartje even op hol was geslagen en zij een enkele seconde boven haar kampeerzetel kwam te zweven. Van de schrik dus. Op de grens van ons perceeltje en dat van de buren staan struiken. Niks bijzonders: waar staan die dingen nou niet? Tussen die struiken is weinig ruimte, behalve dan voor de gevederde en bepluisde onderdelen van de fauna om er doorheen te vliegen of te kruipen. Maar dat een homo sapiens daartoe ook in staat bleek te zijn… Mijn lief zat dus nietsvermoedend te lezen in een boek van Santa Montefiore, toen er opeens, vanuit het niets of eigenlijk vanuit de struiken bij de buren er een mens verscheen. Verscheen is misschien wat mild uitgedrukt, maar er kwam dus een manspersoon door de struiken, mét fiets het landgoedje van onze buren opgereden of gelopen of gerend. Ik kan alleen dus maar raden hoe de reactie is geweest. Wat bleek, een daggast was, mét fiets en al, het terrein aan het verkennen. Na enig research bleek dit een Duitser te zijn. Mijn verbouwereerde eega wist niet (achteraf) aan te geven of mijnheer dan wel óp de fiets zat of er naast liep… Een medelid kwam er achter dat dieser Herr dus een oosterbuur was en een dagje (met een Duitse naturistenkaart) ons terrein kwam bezoeken. Zij kwam er niet helemaal achter of de fiets terug gebracht werd of eigendom was…
Inmiddels hebben de struiken hun oorspronkelijke vorm weer aangenomen en is de rust weer als vanouds!!!


Gert Tiele

Scroll naar top