Tijdens mijn werkzame leven had ik een alleraardigste adjunct. Zij was mijn steun en toeverlaat. Klein van stuk, groot van daad, zeg maar. Financiën waren (en zijn) niet mijn grootste liefhebberij. Dat wil zeggen, het bezit wel, maar ermee omgaan was nogal eens problematisch. Een begroting maken, dat lukte nog wel, zelfs een meerjarenbegroting kreeg ik nog wel op papier. Maar ermee omgaan is een andere tak van sport. Maar daar had ik dus gelukkig “mijn” adjunct voor. En dat ging prima!!! Maar dit verhaal gaat dus niet die kant op… Diezelfde adjunct kon nogal eens, luid mopperend, mijn kamer binnenstormen. Was niet moeilijk: de deur stond altijd open. En was dat niet zo, dan nog kon er binnen gekomen kunnen worden. Dat luid gemopper had niets met financiën van doen. Verre van dat. Wanneer zij een dergelijke handeling verrichtte kon ik al helemaal voorspellen wat er aan de hand was: zij kwam terug van een gang naar het toilet En ja hoor: één van haar voorgangers had het gewaagd het laatste stukje toiletpapier te gebruiken en zij had weer eens mis gegrepen. “Kon dat niet anders?”. Zij maakte er zelfs een vergaderpuntje van. Welke onverlaat had niet het fatsoen, om even nieuw toiletpapier op te hangen. Of op zijn minst even de conciërge (die luxe was er toen nog) te waarschuwen zodat deze voor nieuw toiletpapier kon zorgen! Eens in de zoveel tijd herhaalde dit ritueel zich… En niemand in het team, ook ik niet dus, is ooit op het idee gekomen, dit tot één van de taken van de conciërge te maken: een regelmatige rondgang langs de docententoiletten te maken (dat waren er maar twee overigens) en te zorgen voor een permanente aanwezigheid van dat oh zo noodzakelijke attribuut. Eigenlijk zoals het hier op de camping werkt: de terreincommissie zorgt voor regelmatige aanvulling. Maar ja, toen ik lid werd van deze vereniging werkte ik al niet meer. Dus viel er ook niets meer te kopiëren.
Dit hele verhaal kwam in mij op tijdens een gewone, normale stoelgang die ik eens per dag weet te plegen. Iedere morgen even lekker, met de digitale krant, op het privaat. En ook mij gebeurt het regelmatig, dat ik misgrijp: geen papier meer in de houder. Nu ben ik zo’n beetje een veredelde conciërge in huize Tiele, dus is er altijd wel een voorraad van het onmisbare goedje in de retiraderuimte aanwezig. Ik zorg zelfs voor een noodvoorraad: boven op de badkamerkast staan altijd (!!!) vijf rollen. Maar waarom nu dit verhaal. Nou beste mensen, juist om dat laatste. Ik zorg altijd dat er voldoende voorraad van het zijde zachte papier aanwezig is. Is het dan zo moeilijk en zwaar en tijdrovend om een leeg rolletje te vervangen voor een dus ruim aanwezig vol rolletje? Gisteravond heb ik de schade enigszins ingehaald. Ik wilde mijn tanden poetsen. Op de wastafel stond een uitgeknepen tube. Ik heb het voor elkaar gekregen toch nog pasta uit de tube te krijgen. Kostte wat moeite. Maar het lukte. En jullie raden het al. Vanmorgen was er dus geen tandpasta meer. Dus iemand in ons huishouden moest op zoek naar een volle tube…

Gert Tiele
 

Scroll naar top