Het jonge lenteleven
ontspruit langs alle dreven,
die ik bega.
Het groen der berkebomen
zal alles dra
met fluisterschaduw overstromen.

Nu spelen in de linden
voor ieder huis de winden.
De bloesem doet
de bieënvolken zoemen,
want het is zoet
te snoepen van honingbloemen.

Nu gaan weer blijde scharen
zingende jonge paren
héél vroeg op pad
voordat op alle wegen
ter Hertogstad
de milde doom is opgestegen.

Eén plaats ziet allen samen
als zon breekt door de ramen
van de Sint Jan.
En pink aan pink verlaten
de paarkes dan
de basiliek en gaan ter strate.

Er is genoeg gebeden;
en moegelopen leden
verlangen rust.
Laat herbergiers maar zorgen!
Het is een lust
t’ontbijten in den Meiemorgen.

O stad vol Meierijers,
vol durkskes en vol vrijers,
ontwaak en zoek
een schonen bloesemruiker
in ’t Bossche Broek.
-Wij drinken brandewijn met suiker.

Paul Vlemminx
Opgestuurd door LMM Schraven

Scroll naar top